Daphne Jongejans vertelt over haar ervaringen in een Olympisch Dorp
De
Olympische Spelen zijn afgelopen. De vlam is gedoofd en wordt pas weer over 4
jaar in Athene aangestoken. We hebben allemaal aandachtig de Olympische Spelen
gevolgd en vol bewondering de prestaties van onze Nederlanders bekeken. Nog
nooit heeft Nederland zo’n suksesvolle spelen gehad. Alleen Inge de Bruijn en
Pieter van den Hoogenband hebben al voor 5 gouden medailles gezorgd. Maar hoe
hebben ze de Spelen in het Olympisch Dorp meegemaakt? Wat gebeurd er in het dorp
en wat kan je er vinden?
Ik heb aan 3 Olympische Spelen meegedaan, 1984 in Los Angeles, 1988 in
Seoul en 1992 in Barcelona. Elke Spelen zijn anders en elk Dorp is anders. Het
is inderdaad een dorp. Het heeft 15,000+ inwoners en is van alle gemakken
voorzien. Restaurants (cafeterias) waar je 24 uur per dag kan eten, een
postkantoor, een disco (waar geen alcohol geschonken wordt en toch wel
vroeg dichtgaat), een entertainment center met pool- en snooker tables (Seoul)
en een bowlingally (Barcelona), noem maar op.
Het leuke is dat alle inwoners Olympische sporters zijn. Je weet dat iedereen
die je tegenkomt, van welk land ook, zich een ongeluk getraind heeft de
afgelopen 4 jaar. Dat schept niet alleen meteen een band, maar ook respect. Alle
spor-ters zijn in elkaar geinteresseerd en dat creëert leuke babbels. Sport
verbroedert dus echt. De security in de Olympische Dorpen is ongelooflijk.
Zonder accreditatie kom je er niet in. Zelfs in het dorp moet je constant je
kaart laten zien. De meeste sporters doen de kaart om hun nek als ze aankomen en
doen ze pas af als in het vliegtuig naar huis. Ik denk dat er zelfs heel wat
zijn die er mee slapen. Hoewel, soms kan je iemand in het dorp smokkelen... Het
Nederlandse schoonspringteam bestond uit mijn broer Edwin en ik. Onze
Nederlandse team coach was University of Miami coach Randy Ableman, die we
hebben omgedoopd tot Kees Appelman. Per slot van rekening als je Nederland
vertegenwoordigd en het rood, wit, blauw en oranje draagt, moet je een beetje
Nederlands worden. Na onze wed-strijden is Kees weer terug naar Miami gegaan,
want hij was al een maand van huis. Zijn accreditatie heeft hij overgedragen aan
mijn man Scott (toen mijn vriend) die naar Barcelona was gekomen om me te zien
springen. Kees (Randy) is vrij donker, met bruine ogen, terwijl Scott blauwe
ogen heeft en totaal niet op Kees lijkt. Maar we hebben het geprobeerd.
De
eerste keer was het geen probleem, met de achterkant van de accreditatie naar
voren liepen we zo naar binnen. Ik denk dat wat meer mensen het hebben
ge-probeerd, want de volgende dag moest iedereen die naar binnen wilde hun foto
laten zien. Scott werd prompt tegengehouden, ondervraagt en moest de
accreditatie inleveren. Jammer, maar hij heeft toch een dag het leven in het
dorp van dichtbij meegemaakt. Een van de leuke dingen in het dorp is de enorme
eetzaal. Er zijn er meerdere, want 15,000+ mensen in een zaal is een beetje te
veel van het goede. De keuze gerechten is erg groot, want ze willen dat de hele
wereld zich thuis voelt. Niet dat je er Edamse kaas en drop kan krij-gen, maar
bijna alles. Je kan er ook 24 uur per dag terecht, waar we ook graag gebruik van
maakte, speciaal in Seoul. De enige tijd dat de eetzaal hamburgers en hot dogs
hadden was namelijk van middernacht tot zes uur ‘s morgens. Na de wedstrijden
is het groot feest, dat voorna-melijk buiten het dorp gevierd wordt. Je moet
rekening houden met de sporters die nog aan de bak moeten. In elke stad heb je
dan wel een stamkroeg; in LA was het een bar in Westwood, in Seoul de Nashville
Club. Verbazend hoeveel leuker country en western is als je in Korea bent. In
Barcelona was het een piepklein barretje naast het zwembad, dat geen Olympische
prijzen had en de Olympische toe-risten ook nooit ontdekt hebben. We hebben dan
ook heel wat hamburgers en hot dogs verslonden terwijl andere sporters net voor
het ontbijt aankwamen. Zo hou je leuke herinne-ringen over aan de Olympische
Spelen en dan heb ik het nog niet eens over de drie opening en closing
ceremonies die ik heb meegemaakt, de vele mensen vanuit de hele wereld die ik
heb ontmoet, mijn fotos met David Robinson (basketbalspeler van de San Antonio
Spurs) en met Stefan Edberg en het fantastische concert dat de Beach Boys gaven
in het dorp in Los Angeles. Maar dat is een verhaal voor over vier jaar. DJ