New Dutch Nationality Act
Stage 1 of the new Netherlands Nationality Act (RWN) entered into effect on the first of this month. As from that date, persons who lost their Dutch nationality on or after 1 January 1995 because, having reached the age of majority, they had lived for an uninterrupted period of ten years in the country of their birth, of which they were also nationals, will be deemed not to have lost their Dutch nationality. This is conditional upon their having been issued with a Dutch passport or proof of Dutch nationality since 1 January 1990. 

Find out more.(Link to Min. van Buitenlandse Zaken)

Engelse Tekst van de brochure onder aan de pagina

English Text of the Brochure at the end of the Dutch version

Herkrijgen van de Nederlandse Nationaliteit door oud-Nederlanders

 Iedereen die ooit in het bezit is geweest van de Nederlandse nationaliteit is een oud-Nederlander. Veel oud-Nederlanders vragen zich af of zij hun Nederlandse nationaliteit weer kunnen terugkrijgen. Sommigen willen dat weten met het oog op vestiging in Nederland. Anderen voelen zich nog steeds Nederlander en willen daarom Nederlander zijn, ook al verblijven zij niet in Nederland en hebben zij geen plannen om in Nederland te gaan wonen.  

Dit informatieblad beschrijft in grote lijnen wanneer en op welke wijze oud-Nederlanders de Nederlandse nationaliteit kunnen herkrijgen. Daarnaast wordt kort ingegaan op de voorwaarden voor oud-Nederlanders om zich in Nederland te vestigen. De voorwaarden voor vestiging en het herkrijgen van de Nederlandse nationaliteit, zijn niet voor iedere oud-Nederlander dezelfde.  

Omdat de regels voor het herkrijgen van de Nederlandse nationaliteit door oud-Nederlanders misschien worden verruimd, wordt aan het eind van dit blad ook ingegaan op een wetsvoorstel dat bij de Eerste Kamer is ingediend.

                 Inhoud  

                 1.             Inleiding                                                                                                            

                 2.             Voorwaarden voor het herkrijgen van de Nederlandse nationaliteit                                                                                     

                3.             Procedure om een verzoek tot herkrijging in te dienen   

                4.             Vrouwen en verlies van de Nederlandse nationaliteit door huwelijk                                                                                   

                5.             Toelating tot Nederland                                                                     

                 6.             Het wetsvoorstel                                                                                 

                 7.             Meest gestelde vragen                                                                      

                 8.             U heeft nog vragen en/of suggesties?                                            

                 9.             Uitgave                                                                                                

 1. Inleiding

 Er zijn verschillende wijzen waarop een Nederlander zijn Nederlandse nationaliteit verloren kan hebben. Een veel voorkomende manier is tijdens de meerderjarigheid vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgen. Een andere manier is tijdens de meerderjarigheid gedurende tien jaar ononderbroken wonen in het land waar men geboren is en waarvan men ook de nationaliteit bezit.   

Oud-Nederlanders kunnen in veel gevallen de Nederlandse nationaliteit herkrijgen. Niet in alle gevallen zal het echter mogelijk zijn dat de Nederlandse nationaliteit wordt teruggekregen.

Hierna wordt beschreven welke voorwaarden gelden en welke procedure moet worden gevolgd voor het herkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Daarna wordt aandacht besteed aan de mogelijkheid voor vrouwen om weer Nederlander te worden als zij hun Nederlandse nationaliteit hebben verloren door of in verband met hun huwelijk. Vervolgens wordt kort ingegaan op de procedure die voor oud-Nederlanders geldt als zij zich in Nederland willen vestigen. Tot slot worden enkele belangrijke wijzigingen uit het wetsvoorstel behandeld en vindt u het antwoord op de meest gestelde vragen.  

Let op!  Als u overweegt de Nederlandse nationaliteit te herkrijgen moet u zich realiseren dat dit vaak gevolgen heeft voor uw huidige nationaliteit. Het kan zijn dat u uw huidige nationaliteit automatisch verliest als u weer Nederlander wordt. Controleer dit vooraf bij de autoriteiten van uw land. Bij niet automatisch verlies van uw huidige  nationaliteit, kan door Nederland worden gevraagd dat u van die nationaliteit afstand doet op het moment dat u Nederlander wordt. Dit wordt de afstandsverplichting genoemd. In dit blad vindt u ook informatie over de afstandsverplichting.  

2. Voorwaarden voor het herkrijgen van de Nederlandse nationaliteit *

 Herkrijging van de Nederlandse nationaliteit is voor oud-Nederlanders mogelijk door middel van naturalisatie. Bij naturalisatie wordt een verzoek gedaan aan de Koningin. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, verleent zij bij Koninklijk Besluit de Nederlandse nationaliteit. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, wijst de Staatssecretaris van Justitie het verzoek af.  

Voorwaarden

Voor oud-Nederlanders gelden zes voorwaarden voor naturalisatie:

             1. U woont niet in het land waarvan u de nationaliteit bezit

Zolang u woont in het land waarvan u de nationaliteit bezit, kunt u niet genaturaliseerd worden tot Nederlander. U hoeft echter niet per se in Nederland te wonen om Nederlander te kunnen worden.

 2. U bent meerderjarig

U bent meerderjarig volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Als u jonger bent dan 18 jaar, dan bent u meerderjarig als u getrouwd bent of getrouwd bent geweest.

           3. U bent ingeburgerd

U bent ingeburgerd als u zich redelijk kunt redden met de Nederlandse taal. U moet Nederlands kunnen spreken en begrijpen. Onder inburgering valt ook dat u slechts met één vrouw of man tegelijkertijd gehuwd mag zijn.  

           4. U heeft geen strafrechtelijk verleden of wordt momenteel niet strafrechtelijk vervolgd

Het verzoek wordt afgewezen als er ‘op grond van het gedrag van de verzoeker ernstige vermoedens bestaan dat hij of zij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden, de volksgezondheid of de veiligheid van het Koninkrijk’. Met name het gedrag van de verzoeker in de vier jaar voorafgaand aan de beslissing op het naturalisatieverzoek is hierbij van belang. In het algemeen wordt u niet genaturaliseerd als u in die periode strafrechtelijk bent veroordeeld of in de gevangenis heeft gezeten. 

            5. Er zijn geen bedenkingen tegen uw verblijf voor onbepaalde tijd

Bij deze voorwaarde wordt een onderscheid gemaakt tussen oud-Nederlanders die bijzondere banden met Nederland hebben en oud-Nederlanders die zulke banden niet hebben.

Wel bijzondere banden met Nederland

Een oud-Nederlander kan bijzondere banden met Nederland hebben indien hij voor zijn komst naar Nederland uit hoofde van opvoeding, dienstbetrekking, maatschappelijke positie dan wel anderszins een bijzondere band heeft verkregen met Nederland. Er wordt aangenomen dat u een bijzondere band met Nederland heeft als u in Nederland ten minste de helft van het basisonderwijs (voorheen lager onderwijs) heeft gevolgd of gedurende uw minderjarigheid een opleiding heeft gevolgd die meer dan destijds gebruikelijk was op Nederland zelf was gericht.  

Voor oud-Nederlanders die bijzondere banden met Nederland hebben, geldt dat geen bedenkingen bestaan tegen verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland. Zij kunnen ook voor naturalisatie in aanmerking komen als zij buiten Nederland wonen.  

Geen bijzondere banden met Nederland

Oud-Nederlanders die geen bijzondere banden hebben met Nederland komen in beginsel niet voor naturalisatie in aanmerking als zij niet in Nederland wonen en niet in het bezit zijn van een vergunning tot verblijf voor Nederland. Hierop is een uitzondering mogelijk. Een oud-Nederlander die getrouwd is met een Nederlandse man of vrouw en met deze huwelijkspartner samenwoont buiten Nederland kan wel voor naturalisatie in aanmerking komen.   

Oud-Nederlanders die geen bijzondere banden hebben met Nederland en niet buiten Nederland samenwonen met een Nederlandse echtgeno(o)t(e) zullen in beginsel net als andere vreemdelingen in het bezit moeten zijn van een vergunning tot verblijf voor Nederland. Dit moet bovendien een vergunning zijn die naar zijn aard van onbepaalde tijd is. Als u in Nederland bent toegelaten voor de duur van een studie of voor familiebezoek, dan is dat duidelijk een verblijf voor bepaalde tijd.

          6. U moet afstand doen van uw huidige nationaliteit

 Bij verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door naturalisatie moet u afstand doen van uw huidige nationaliteit. Er zijn wel uitzonderingen waarbij u uw oude nationaliteit volgens de Nederlandse regels mag behouden:

- De wetgeving of rechtspraktijk van uw huidige land staat verlies van uw nationaliteit niet toe

- U bent getrouwd met een Nederlander of u heeft uw partnerschap in Nederland laten registreren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand

- U bent een erkend vluchteling in Nederland of u bent vrijgesteld van het paspoortvereiste

- U bent in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba geboren en u bent woonachtig in Nederland op het moment van het verzoek tot naturalisatie

- U heeft voor uw achttiende jaar minimaal vijf aaneengesloten jaren in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba gewoond

- U moet om afstand te kunnen doen van uw huidige nationaliteit een bedrag betalen aan de autoriteiten van uw land dat zodanig hoog is dat u een ernstig financieel nadeel lijdt

- U verliest vermogensrechtelijke rechten, zoals erfrecht, op het moment dat u afstand doet van uw nationaliteit. Dit levert u een ernstig financieel nadeel op en u kunt dat aantonen.

- U kunt alleen afstand doen van de nationaliteit van uw land, zodra u aldaar de militaire dienstplicht hebt vervuld of deze hebt afgekocht. Dit moet u kunnen bewijzen

- U kunt aantonen dat u bijzondere en objectief waardeerbare redenen heeft waarom u geen afstand wilt doen van uw nationaliteit

 Realiseert u zich wel dat de wetgeving of rechtspraktijk van het land van uw huidige nationaliteit ertoe kan leiden dat uw huidige nationaliteit (automatisch) verloren gaat als u Nederlander wordt. Dit kan ook het geval zijn als u volgens de Nederlandse regels geen afstand hoeft te doen van uw huidige nationaliteit omdat u tot een van de hiervoor genoemde uitzonderingscategorieën behoort.  

* De tekst in de hoofdstukken 2 en 3 heeft geen betrekking op de naturalisatie van oud-Nederlanders die woonachtig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba en/of bijzondere banden hebben met de Nederlandse Antillen of Aruba.

3. Procedure om een verzoek tot herkrijging in te dienen *

Als u oud-Nederlander bent, en u wenst een beroep te doen op het naturalisatiebeleid voor oud-Nederlanders, dan dient u te bewijzen dat u ooit in het bezit bent geweest van de Nederlandse nationaliteit. Dit kan bijvoorbeeld door het tonen van uw oude Nederlandse paspoort of een verklaring van Nederlanderschap.  

Indien u woonachtig bent in Nederland, dient u uw naturalisatieverzoek in bij de afdeling Burgerzaken van uw gemeente. Voor meer informatie omtrent de procedure tot naturalisatie kunt u zich wenden tot uw  gemeente.

 Woont u buiten Nederland, dan wendt u zich tot de Nederlandse ambassade of het consulaat. Daar kan ook het verzoek ingediend worden.

Het verzoek dient nooit rechtstreeks aan de Koningin gestuurd te worden!

Kosten

De kosten voor het indienen van een naturalisatieverzoek betaalt u bij de kassa van de afdeling Burgerzaken in uw gemeente of, als u buiten Nederland woont, bij de Nederlandse ambassade of het consulaat.   

In het algemeen betaalt u fl.500,- voor naturalisatie. Als uw inkomen lager is dan de (gezins)uitkering van de Algemene Bijstandswet, betaalt u het verminderd tarief van fl.250,-.

Als u tegelijkertijd met uw partner een naturalisatieverzoek indient, dan betaalt u fl.700,-. Als u en uw partner een inkomen hebben dat niet hoger is dan de (gezins)uitkering van de Algemene Bijstandswet, betaalt u fl.450,-.

Voor minderjarige kinderen, voor wie gelijktijdig met hun ouder(s) naturalisatie wordt aangevraagd, hoeft niet te worden betaald.  

De betaling moet worden beschouwd als een bijdrage in de kosten die de overheid maakt bij de behandeling van naturalisatieverzoeken. Dit betekent dat u het geld niet terugkrijgt als het verzoek wordt afgewezen of door u wordt ingetrokken. De overheid heeft dan immers al kosten gemaakt.  

* De tekst in de hoofdstukken 2 en 3 heeft geen betrekking op de naturalisatie van oud-Nederlanders die woonachtig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba en/of bijzondere banden hebben met de Nederlandse Antillen of Aruba.  

4. Vrouwen en verlies van de Nederlandse nationaliteit door huwelijk  

In het verleden kon een Nederlandse vrouw als gevolg van haar huwelijk met een niet-Nederlander haar Nederlandse nationaliteit verliezen.

Voor een aantal van deze vrouwen bestaat de mogelijkheid de Nederlandse nationaliteit te herkrijgen, met name als het huwelijk ontbonden is. Een huwelijk wordt ontbonden door het overlijden van één van de echtgenoten of door echtscheiding. Ook Nederlandse vrouwen, die samen met hun Nederlandse echtgenoot zijn geëmigreerd en samen een andere nationaliteit hebben verkregen, kunnen na ontbinding van hun huwelijk de Nederlandse nationaliteit herkrijgen. In al deze gevallen geldt een andere procedure dan in hoofdstuk 3 beschreven.  

Procedure

De Nederlandse nationaliteit kan worden herkregen door het afleggen van een verklaring. In de verklaring geeft u aan weer Nederlandse te willen worden. In Nederland kunt u de verklaring afleggen bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente van uw woonplaats. Woont u buiten Nederland, dan moet u zich wenden tot de Nederlandse ambassade of het consulaat. Aan het afleggen van de verklaring zijn geen kosten verbonden. Er geldt wel een aantal voorwaarden als u de Nederlandse nationaliteit wilt herkrijgen op deze grond. Deze voorwaarden zijn afhankelijk van de datum van het huwelijk. Als u na 1985 gehuwd bent, kunt u de Nederlandse nationaliteit niet herkrijgen door het afleggen van een verklaring.  

 Huwelijk gesloten voor 1 januari 1985 en nadien ontbonden

De drie voorwaarden voor herkrijging zijn:

- het moet gaan om een huwelijk dat is gesloten voor 1 januari 1985

- de Nederlandse nationaliteit is verloren gegaan door of in verband met het huwelijk

- de verklaring tot herkrijging van de Nederlandse nationaliteit moet worden afgelegd binnen een jaar na de ontbinding van het huwelijk of binnen een jaar nadat de vrouw kennis heeft kunnen nemen van de ontbinding.

Als u de verklaring aflegt, herkrijgt u de Nederlandse nationaliteit met ingang van de dag van de ontbinding van het huwelijk.  

Huwelijk gesloten voor 1 maart 1964

In een enkel geval is het mogelijk om als oud-Nederlandse ter herkrijging van de Nederlandse nationaliteit een beroep te doen op een uit 1964 afkomstige wet. Ook daarbij gelden bepaalde voorwaarden:

I. In het geval van een nog bestaand huwelijk:

a. het moet gaan om een huwelijk dat is gesloten voor 1 maart 1964

b. de vrouw bezat bij het sluiten van het huwelijk de Nederlandse nationaliteit

c. de echtgenoot was op 1 maart 1964 een niet-Nederlander

 d. de vrouw moet ten tijde van de verklaring tot herkrijging van de Nederlandse nationaliteit ten minste een jaar woonplaats hebben in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba

e. de vrouw mag niet tijdens haar huwelijk haar Nederlandse nationaliteit hebben verloren als gevolg van haar wil.

Vanaf de dag van de verklaring is de vrouw weer Nederlandse.

II. In het geval van een huwelijk dat is ontbonden:

a. het moet gaan om een huwelijk dat is gesloten voor 1 maart 1964

b. de vrouw bezat bij het sluiten van het huwelijk de Nederlandse nationaliteit

c. de echtgenoot was op 1 maart 1964 een niet-Nederlander

d. de vrouw moet haar Nederlandse nationaliteit hebben verloren als gevolg van haar huwelijk

e. de verklaring tot herkrijging van de Nederlandse nationaliteit moet  worden afgelegd binnen een jaar na de ontbinding van het huwelijk of binnen een jaar nadat de vrouw kennis heeft kunnen nemen van de ontbinding. U herkrijgt de Nederlandse nationaliteit met ingang van de dag dat uw huwelijk is ontbonden.  

Is het onder e. genoemde jaar verstreken, dan kan toch  de verklaring worden gedaan, als de vrouw aan de volgende voorwaarden voldoet:

- ten minste een jaar woonplaats in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba hebben

- niet zijn hertrouwd

- niet na de ontbinding van het huwelijk vrijwillig een andere nationaliteit hebben verkregen.

Legt u de verklaring later dan één jaar af, dan herkrijgt u de Nederlandse nationaliteit met ingang van de dag van de verklaring.

 Let op!  Als u niet onder de voorwaarden uit dit hoofdstuk valt, leest u dan hoofdstuk 2 nog eens door.

 5. Toelating tot Nederland *

 Een oud-Nederlander is iemand die niet meer in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit en daardoor een vreemdeling in de zin van de Nederlandse Vreemdelingenwet. De oud-Nederlander die Nederland wil binnenreizen of in Nederland wil gaan wonen, moet voldoen aan de regels van het Nederlandse vreemdelingenrecht.   

Verblijf voor een periode korter dan drie maanden in Nederland

Als u Nederland wilt binnenreizen voor zaken, vakantie of kort familiebezoek moet u in beginsel in het bezit zijn van een geldig paspoort met daarin een visum voor kort verblijf. Vreemdelingen van bepaalde nationaliteiten zijn vrijgesteld van het visumvereiste. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om vreemdelingen met de nationaliteiten van de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Israël, Australië en Nieuw-Zeeland. Oud-Nederlanders die in het bezit zijn van bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse of Surinaamse nationaliteit zijn wel visumplichtig.  

Over de visumprocedure voor kort verblijf is een folder beschikbaar.

Deze kunt u aanvragen bij de afdeling Communicatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het adres vindt u in hoofdstuk 8 van dit informatieblad.

Let op!  Als u met een visum voor kort verblijf in Nederland verblijft kunt u in Nederland geen vergunning tot verblijf aanvragen. U moet dan terug naar uw land om daar bij de Nederlandse ambassade of het consulaat een nieuwe procedure te starten, namelijk een procedure waarin u toestemming vraagt om langer dan drie maanden in Nederland te verblijven. Deze procedure heet de machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)-procedure.  

Verblijf voor een periode langer dan drie maanden in Nederland

Als u van plan bent om langer dan drie maanden in Nederland te blijven moet u voor uw vertrek naar Nederland een visum voor lang verblijf aanvragen. Dit visum wordt ook wel MVV genoemd. De MVV kan aangevraagd worden bij de Nederlandse ambassade of het consulaat. Ook voor de MVV geldt dat bepaalde nationaliteiten zijn vrijgesteld van dit vereiste. Vrijgesteld zijn: Australië, Canada, de nationaliteiten van de Europese Unie, Japan, Liechtenstein, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen,Verenigde Staten van Amerika, IJsland en Zwitserland.

Meer informatie over de machtiging tot voorlopig verblijf en de vrijstelling daarvan kunt u krijgen bij de Nederlandse ambassade of consulaat.

Ook kunt u het informatieblad Toelating tot Nederland aanvragen bij de afdeling Communicatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 

Vergunning tot verblijf

Een oud-Nederlander die in Nederland wil wonen moet in het bezit zijn van een vergunning tot verblijf. De vergunning tot verblijf kan worden aangevraagd bij de vreemdelingendienst van uw woonplaats. Om voor een vergunning tot verblijf in aanmerking te komen moet u met een MVV ingereisd zijn. Alleen wanneer u in het bezit bent van een MVV of behoort tot de nationaliteiten die vrijgesteld zijn van het MVV-vereiste, wordt een aanvraag om een vergunning tot verblijf in behandeling genomen.  

Een vergunning tot verblijf kan aangevraagd worden voor verschillende doelen. Bijvoorbeeld voor het volgen van een studie, voor langdurig  familiebezoek of voor het verrichten van werk in Nederland. Van de verschillende vormen van verblijfsdoelen zijn aparte  folders beschikbaar die beschrijven aan welke voorwaarden u moet voldoen. In hoofdstuk 8 staan deze folders genoemd. U kunt ze bestellen bij de afdeling Communicatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.  

Vestiging voor oud-Nederlanders 

Voor sommige oud-Nederlanders bestaat een soepel beleid als zij zich in Nederland willen vestigen. Zij komen eerder voor een MVV en vergunning tot verblijf in aanmerking dan andere vreemdelingen. Dit soepele beleid geldt voor oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn op het Nederlandse grondgebied van het Koninkrijk en oud-Nederlanders die daar niet geboren zijn maar wel aan een aantal voorwaarden voldoen.   

1. Oud-Nederlanders die in Nederland geboren en getogen zijn

Als u geboren en getogen bent op het Nederlandse grondgebied van het Koninkrijk komt u in beginsel voor een vergunning tot verblijf in aanmerking. U komt echter niet voor een vergunning tot verblijf in aanmerking als u een gevaar vormt voor de openbare rust, openbare orde of nationale veiligheid.   

  2. Oud-Nederlanders die niet in Nederland geboren zijn, maar wel voldoen aan een aantal voorwaarden

Als u niet in Nederland bent geboren maar voldoet aan alle hierna genoemde voorwaarden kunt u toch voor een vergunning tot verblijf in aanmerking komen. Deze voorwaarden zijn:

- over voldoende middelen van bestaan beschikken

- geen gevaar voor de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid vormen

- meerderjarig zijn

- in een ander land wonen dan dat waarvan u de nationaliteit bezit

- als Nederlander of als Nederlands onderdaan in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba minstens de helft van het basisonderwijs hebben gevolgd of gedurende de minderjarigheid een opleiding hebben gevolgd, die meer dan destijds gebruikelijk was op Nederland zelf was gericht. Ook kan een nauwe band met Nederland zijn ontstaan door andere omstandigheden, zoals opvoeding, maatschappelijke positie en/of dienstbetrekking (bijvoorbeeld KNIL-militairen met pensioenrechten en ambtenaren in Nederlandse dienst).  

Overige oud-Nederlanders

Oud-Nederlanders die niet behoren tot de hiervoor bij 1 of 2 genoemde categorieën, vallen niet onder het soepele beleid voor oud-Nederlanders. Voor hen geldt het algemene vreemdelingenbeleid. Zij komen alleen voor een vergunning tot verblijf in aanmerking als zij voor een speciaal doel naar Nederland komen en voldoen aan de voorwaarden die voor dat doel gelden.    

Toelating van (huwelijks)partners en kinderen

Voor de toelating van (huwelijks)partners en kinderen van oud-Nederlanders die behoren tot de hiervoor bij 1 of 2 genoemde categorieën gelden de regels van het gezinsherenigingsbeleid voor Nederlanders. Voor de toelating van (huwelijks)partners en kinderen van de overige oud-Nederlanders gelden de algemene regels van het vreemdelingenbeleid. Als u hier meer over wilt weten kunt u de folder “Gezinshereniging en Gezinsvorming” bestellen bij de afdeling Communicatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.  

* De tekst in hoofdstuk 5 heeft geen betrekking op EU-/EER-onderdanen. Als u een onderdaan bent uit een van de Lidstaten van  de Europese Unie (EU) of uit een van de Lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) en u wilt in Nederland verblijven, dan gelden aparte regels. U kunt het beste de folder “De toelating  van EU-/EER-burgers in Nederland” lezen. Deze folder kunt u bestellen bij de afdeling Communicatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.  

6. Het wetsvoorstel *

 Als voor u nu niet de mogelijkheid bestaat om uw Nederlanderschap te herkrijgen, bestaat de kans dat u op grond van het wetsvoorstel in de toekomst toch in aanmerking kunt komen voor de Nederlandse nationaliteit.   

Let op!

 Het betreft nog maar een voorstel van wet. Slechts indien en nadat het wetsvoorstel is aanvaard door de Eerste Kamer, zullen de onderstaande mogelijkheden in de praktijk worden doorgevoerd. Over het tijdstip daarvan valt niets te zeggen. Voordat de wet van kracht wordt, wordt deze gepubliceerd in het Staatsblad. Het ministerie van Justitie zal een persbericht laten uitgaan en op overige wijzen informatie verstrekken. Houdt u de Nederlandse media (kranten, radio, tv) dus zelf goed bij of vraag of in Nederland wonende familieleden of bekenden dit voor u doen.   

Met de invoering van de nieuwe wet is de Nederlandse nationaliteit te herkrijgen als u:

                1.             De Nederlandse nationaliteit heeft verloren omdat u na uw meerderjarigheid tien jaar ononderbroken heeft gewoond in het land waarin u bent geboren en waarvan u de nationaliteit bezit. In dit geval kunt u onder voorwaarden het  Nederlanderschap met terugwerkende kracht herkrijgen. Als u de Nederlandse nationaliteit om een andere reden verloren hebt, geldt deze mogelijkheid niet.  

De strekking van het wetsvoorstel is dat u de Nederlandse nationaliteit automatisch herkrijgt als aan u na 1 januari 1990 een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap is uitgereikt dan wel als aan u na 1 januari 1990 een Nederlands paspoort is verstrekt. In deze twee gevallen wordt u geacht nooit uw Nederlandse nationaliteit te hebben verloren.  

Als aan u niet na 1 januari 1990 een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap is uitgereikt of als aan u niet na 1 januari 1990 een Nederlands paspoort is verstrekt, dan kunt u een verklaring afleggen dat u weer Nederlander wilt worden. De verklaring moet schriftelijk worden afgelegd binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de wetswijziging. U herkrijgt de Nederlandse nationaliteit met terugwerkende kracht tot de datum van verlies. Tijdens het schrijven van deze tekst is nog onbekend, waar de verklaring moet worden afgelegd.  

Let op!

Voor de uitvoering van dit wetsvoorstel is het belangrijk dat u op het moment dat de nieuwe wet van kracht is, kunt aantonen dat u in het bezit bent geweest van de Nederlandse nationaliteit. Maakt u daarom, als u uw Nederlandse paspoort moet inleveren fotokopieën van het paspoort en bewaar tevens zorgvuldig het ontvangstbewijs dat u uw paspoort heeft ingeleverd. Daarmee kunt u later aantonen wanneer aan u voor het laatst een Nederlands paspoort is afgegeven.   

                2.             Als u behoort tot één van de volgende categorieën oud-Nederlanders:

- vrouwen die voor 1 maart 1964 hun Nederlandse nationaliteit hebben verloren in verband met hun huwelijk

- personen die tijdens hun meerderjarigheid vrijwillig een andere nationaliteit hebben verkregen en daardoor hun Nederlandse nationaliteit hebben verloren

Als u tot één van deze categorieën behoort, kunt u uw Nederlandse nationaliteit herkrijgen door een daartoe strekkende verklaring af te leggen.

U moet dan wel voldoen aan één van de hierna genoemde voorwaarden:

- u bent geboren in het land van die andere nationaliteit en woonde daar op het moment dat u die andere nationaliteit verkreeg of

- u heeft voordat u meerderjarig werd gedurende een onafgebroken  periode van tenminste vijf jaar in het land van die andere nationaliteit gewoond of

- u was op het moment dat u die andere nationaliteit verkreeg gehuwd met een persoon die in het bezit was van die andere nationaliteit.

In dit geval herkrijgt u de Nederlandse nationaliteit zonder terugwerkende kracht. De Nederlandse nationaliteit kan in dit geval niet  worden herkregen als u een gevaar voor de veiligheid van het Koninkrijk vormt, een strafrechtelijk verleden hebt of als op het moment dat u de verklaring wilt afleggen een strafvervolging tegen u loopt.   

Als u op deze wijze de Nederlandse nationaliteit herkrijgt, hoeft u van de Nederlandse autoriteiten geen afstand te doen van uw huidige nationaliteit. Het kan echter zijn dat uw huidige nationaliteit toch (automatisch) verloren gaat omdat de wetgeving van het land van uw huidige nationaliteit dit voorschrijft. Controleer dat vooraf bij de autoriteiten van het land van uw huidige nationaliteit.

Het is nog onbekend waar de verklaring om de Nederlandse nationaliteit te herkrijgen moet worden afgelegd.

* In dit hoofdstuk worden uitsluitend de artikelen V en 26 van het wetsvoorstel tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap behandeld. Deze artikelen verruimen de mogelijkheden voor oud-Nederlanders om de Nederlandse nationaliteit te herkrijgen.  

7. Meest gestelde vragen

 1. Ik heb de Nederlandse nationaliteit verloren omdat ik gedurende 10 jaar na mijn meerderjarigheid ononderbroken heb gewoond in het land waar ik ben geboren en waarvan ik ook de nationaliteit bezit. Ik ben het daar niet mee eens. Kan ik daar iets tegen doen?  

 Nee, het wetsartikel op grond waarvan u de Nederlandse nationaliteit heeft verloren is in 1985 in de wet gekomen om het aantal gevallen van meervoudige nationaliteit te beperken. U heeft de Nederlandse nationaliteit automatisch (van rechtswege) verloren. Tegen dat verlies is niets te doen, maar misschien kunt u voor naturalisatie in aanmerking komen. Dit hangt af van de vraag of u aan alle voorwaarden voor naturalisatie voldoet (zie hoofdstuk 2). Als u niet aan de voorwaarden voldoet kunt u misschien in de toekomst de Nederlandse nationaliteit herkrijgen als het wetsvoorstel wordt aangenomen (zie hoofdstuk 6). Houdt u dus goed bij of en wanneer het wetsvoorstel in werking treedt.  

2. Ik ben oud-Nederlander. Ik ben in Nederland geboren en op mijn vijftiende met mijn ouders naar Australië geëmigreerd. Ik spreek nog steeds goed Nederlands. Op vijfentwintigjarige leeftijd heb ik door naturalisatie de Australische nationaliteit verkregen. Ik wil nu Nederlander worden, kan dat?

Nee, zolang u in Australië woont kunt u niet genaturaliseerd worden.

Als u zich buiten Australië vestigt kan dit wel, op voorwaarde dat u van goed gedrag bent. Deze mogelijkheid bestaat omdat u een oud-Nederlander met bijzondere banden bent. Dit is het geval als u tenminste de helft van uw basisonderwijs (voorheen lager onderwijs) in Nederland heeft gevolgd. Als het wetsvoorstel ongewijzigd van kracht wordt, ontstaat voor u de mogelijkheid om voor de Nederlandse nationaliteit in aanmerking te komen, zodra u een jaar in Nederland woont en in het bezit bent van een vergunning tot verblijf.  

3. Ik ben oud-Nederlander. Ik ben in 1960 in Suriname geboren. Suriname was toen nog een deel van het Koninkrijk der     Nederlanden. Ik ben in Suriname naar school gegaan. Daar heb ik veel over Nederland geleerd en Nederlands leren spreken en schrijven. Ik heb in 1975 tegen mijn zin de Surinaamse nationaliteit verkregen en mijn Nederlandse nationaliteit verloren. Ik woon nu nog steeds in Suriname. Kan ik genaturaliseerd worden?  

Nee, in de eerste plaats kunt u geen Nederlander worden omdat u woont in het land waarvan u de nationaliteit heeft. In de tweede plaats omdat u geen bijzondere banden met Nederland heeft. U heeft weliswaar in Suriname onderwijs gehad dat heel veel overeenkomsten vertoonde met het onderwijs dat in Nederland gegeven werd, maar dat was destijds gebruikelijk in Suriname.   

4. Ik ben oud-Nederlandse. Ik ben in Nederland geboren. Mijn ouders hadden beiden de Nederlandse nationaliteit. In 1980 ben ik getrouwd met iemand van Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Ik ben kort na mijn huwelijk met mijn echtgenoot in Zuid-Afrika gaan wonen. Op mijn verzoek ben ik tot Zuid-Afrikaanse genaturaliseerd. Op 5 januari 1999 is mijn Zuid-Afrikaanse echtgenoot overleden. Ik weet nog niet zeker of ik in Zuid-Afrika wil blijven wonen of dat ik terug zal gaan naar Nederland. Ik zou in ieder  geval graag mijn Nederlandse nationaliteit willen herkrijgen, kan dat?  

Ja, omdat u voor 1985 getrouwd bent en omdat u in verband met uw huwelijk de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft verkregen, kunt u tot  5 januari 2000 een verklaring afleggen bij de Nederlandse ambassade of het consulaat dat u weer Nederlandse wilt worden (zie hoofdstuk 4 bovenaan). Na het afleggen van de verklaring bent u weer Nederlandse met ingang van 5 januari 1999. Informeert u wel vooraf bij de Zuid-Afrikaanse autoriteiten wat de gevolgen zijn voor uw Zuid-Afrikaanse nationaliteit als u de Nederlandse nationaliteit herkrijgt!   

5. Ik ben oud-Nederlander. Ik ben in Nederland geboren. Toen ik vier was, ben ik met mijn Nederlandse ouders naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd.  Op mijn 27ste heb ik de Nieuw-Zeelandse nationaliteit verkregen door naturalisatie. Ik spreek goed Nederlands. Dit heb ik van mijn ouders geleerd. In Nieuw- Zeeland heb ik het daar gebruikelijke onderwijs gevolgd. Kan ik weer Nederlander worden?  

Nee, in de eerste plaats kunt u geen Nederlander worden omdat u woont in het land waarvan u de nationaliteit heeft. In de tweede plaats omdat u geen bijzondere banden met Nederland heeft. Mogelijk kunt u in de toekomst de Nederlandse nationaliteit herkrijgen als het wetsvoorstel wordt aangenomen (zie hoofdstuk 6 onderaan). Houdt u dus goed bij of en wanneer het wetsvoorstel in werking treedt.    

6. Ik ben een Nederlandse man en woon sinds 10 jaar in Canada. Ik ben 6 jaar geleden gehuwd met een Canadese vrouw. Ik wil graag de Canadese nationaliteit aanvragen. Ik ben nu werkloos en verwacht dat mijn kansen op de arbeidsmarkt toenemen als ik de Canadese nationaliteit bezit. Ik wil echter in geen geval mijn Nederlandse nationaliteit kwijt. Verlies ik de Nederlandse nationaliteit als ik genaturaliseerd wordt tot Canadees?  

Ja, als een meerderjarige Nederlander vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgt, verliest hij of zij de Nederlandse nationaliteit. Het begrip ‘vrijwillig verkrijgen’ wordt ruim uitgelegd. Ook als de andere nationaliteit wordt verkregen om bijvoorbeeld de economische positie te verbeteren of om een opleiding te kunnen volgen treedt verlies van de Nederlandse nationaliteit in. Dit gebeurt automatisch (van rechtswege). In de toekomst komen er voor bepaalde categorieën waarschijnlijk wel mogelijkheden om als Nederlander een andere nationaliteit te verkrijgen zonder dat dit betekent dat de Nederlandse nationaliteit daardoor verloren gaat. Dit zal ondermeer gaan gelden voor een Nederlander die de nationaliteit van zijn of haar echtgeno(o)t(e) verkrijgt. Houdt u dus  goed bij of en wanneer het wetsvoorstel in werking treedt.   

8. U heeft nog vragen en/of suggesties?

 Dit informatieblad is bestemd voor oud-Nederlanders die willen weten onder welke voorwaarden zij de Nederlandse nationaliteit kunnen herkrijgen of die willen weten welke voorwaarden gelden als zij zich in Nederland willen vestigen.  

Dit informatieblad is een zeer beknopte weergave van het Nederlandse nationaliteitsrecht en het Nederlandse vreemdelingenbeleid. Het is mogelijk dat u nog vragen heeft of dat de hier gegeven informatie onvoldoende duidelijk is. Laat het ons dan weten, liefst schriftelijk. Bij de volgende uitgave wordt daarmee rekening gehouden. Neem daarvoor contact op met:  

Ministerie van Justitie

Immigratie- en Naturalisatiedienst

afdeling Communicatie

Postbus 30125

2500 GC Den Haag

Telefoon: 070-370 31 24

Te bereiken op werkdagen van 9.00 - 12.30 uur

en van 13.30 tot 16.30 uur.

Fax: 070 -370 31 34

E-mail: voorlichting@ind.minjus.nl

Voor aanvullende informatie kunt u de volgende folders lezen:

-Visum kort verblijf

-Toelating tot Nederland

-De toelating van EU-/EER-burgers in Nederland

-Werken in Nederland: Nieuwe regels voor vreemdelingen

-Gezinshereniging en Gezinsvorming

-Stage en Studie in Nederland (niet-EU/-EER-nderdanen)

-Au Pair

-Leges

-Garantverklaring

-Bezwaar en Beroep

-Naturalisatie (algemene folder)

Deze folders zijn te bestellen bij de afdeling Communicatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Als u buiten Nederland woont en nog inhoudelijk vragen heeft over het bezit of verlies van uw Nederlandse nationaliteit kunt u contact opnemen met de Nederlandse ambassade of het consulaat(generaal) in het land van vestiging. Als u inhoudelijke vragen heeft kunt u ook, liefst schriftelijk, contact opnemen met:  

Ministerie van Justitie

Immigratie- en Naturalisatiedienst

Unit 192 Nationaliteit en Naturalisatie

Postbus 3211

2280 GE Rijswijk

 Telefoon: 070-3709695

Te bereiken op werkdagen van 9.00-12.30 uur

En van 13.30-16.30 uur.

 9. Uitgave

 Dit informatieblad is een uitgave van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND is een agentschap van het ministerie van Justitie. De IND beslist namens de Staatssecretaris wie in Nederland wordt toegelaten. Daarnaast behandelt de IND verzoeken van vreemdelingen die Nederlander willen worden en beoordeelt de IND of iemand de Nederlandse nationaliteit bezit. Samen met de politie, Koninklijke marechaussee en de douane is de IND verantwoordelijk voor de grensbewaking, de controle op legaal verblijf van vreemdelingen en het verwijderen van illegalen.  

Aan de inhoud van dit informatieblad kunnen geen rechten worden ontleend. Tekst uit deze uitgave mag onder bronvermelding worden gebruikt.

mei 2000.

Booklet: Dutch nationality restored

1 Background information 

The Netherlands Nationality Act (RWN) entered into effect on 1 January 1985. This Act provides that persons born in another country who possess both Dutch nationality and the nationality of the country of their birth lose their Dutch nationality if, after attaining the age of majority, they live for an uninterrupted period of ten years in the country of their birth of which they are also nationals in addition to Dutch nationality (section 15c of the Netherlands Nationality Act). Some years after the entry into force of the RWN the Dutch Government acknowledged the need to reverse this loss of Dutch nationality.

In consequence, three Bills were drafted to amend the RWN. The last of these passed the Lower House in April 2000 and was approved by the Upper House in December 2000. The Act enters into force in stages, the first stage being on 1 February 2001 and the second on a date yet to be determined in 2002.


2 Stage 1 (for persons issued with a Dutch passport or proof of Dutch nationality after 1 January 1990)

On 1 February 2001 the first part of the amended RWN (section V, subsection 2) enters into effect. This provision ensures that Dutch nationality will automatically be restored to all those who lost it under section 15 (opening words and subsection c) of the RWN. They will be deemed never to have lost their Dutch nationality. The same applies to their minor children. The section is applicable to persons issued with a Dutch passport or proof of Dutch nationality after 1 January 1990. It is important to ascertain on what date the passport or proof of Dutch nationality was issued, as a new ten-year period after which the nationality could be lost commences on that date. This ten-year period cannot begin earlier than 1 January 1992. The same applies to children who lost Dutch nationality because their parents lost it under section 15c of the RWN. Since obviously not everyone received a Dutch passport or proof of Dutch nationality on the same date, the following point is important.

Persons last issued with a Dutch passport or proof of Dutch nationality between 1 January 1990 and 31 December 1991 must apply for a new passport or proof of Dutch nationality before 1 January 2002 (or, should this stage commence later, at a later date in 2002).


3 Stage 2 (for persons not issued with a Dutch passport or proof of Dutch nationality since 1 January 1990) 

In 2002 the remaining sections of the amended RWN (including section V, subsection 1) will enter into effect. This section applies to persons who lost their Dutch nationality under section 15c of the RWN, but whose nationality will not be restored as described in stage 1. This section provides for the possibility of regaining Dutch nationality. The persons concerned must submit a written declaration to the Dutch diplomatic or consular mission for their place of residence. The submission of this written declaration of the desire to regain Dutch nationality will ensure that Dutch nationality is restored with retroactive force as from the moment at which it was lost. This restoration of Dutch nationality is conditional upon written confirmation from the Dutch authorities. Minor children living with their parents automatically share in the restoration of Dutch nationality, provided the parent who opts for Dutch nationality requests it for them.

No rights can be derived from the above.

The complete text of the amended Netherlands Nationality Act may be found in the Government Gazette of 21 December 2000, Bulletin of Acts and Decrees 618.


4 Stage 1: Example 

Mr and Mrs Reitsma emigrated to South Africa in 1960 but have always had Dutch nationality only. They have two children, John, 30, and Maike, 28, both of whom were born in South Africa and automatically acquired South African nationality by virtue of being born on South African soil. John and Maike have lived in South Africa all their lives. John turned 28 on 4 April 1998 and consequently lost his Dutch nationality on that date; the same applied to his sister when she turned 28 on 4 January 2001. Fortunately for John and Maike, they always had Dutch passports until the moment at which they lost their Dutch nationality. John's passport was issued on 6 February 1998 and his sister's on 18 August 2000. Because they were issued with these passports, John and Maike are deemed never to have lost their Dutch nationality and as from 1 February 2001 they can have Dutch passports again.


5 Stage 2: Example

Mr and Mrs Havinga emigrated to Canada in 1955 and have always had Dutch nationality only. They have a daughter, Joyce, who was born in Toronto on 14 August 1968. Joyce automatically acquired Canadian nationality in addition to her Dutch nationality by virtue of being born on Canadian soil. She has always lived in Canada. Joyce has never applied for a Dutch passport or proof of Dutch nationality. Joyce lost her Dutch nationality on reaching 28 years of age on 14 August 1996. As she has never had a Dutch passport or proof of Dutch nationality since 1 January 1990 she is not covered by the rules under stage 1 (see above) and she will not automatically regain Dutch nationality as from 1 February 2001. Unfortunately, Joyce must wait until the rest of the new RWN enters into force on a date yet to be determined in 2002. From that moment onwards she will have until a date yet to be determined in 2004 to opt for Dutch nationality in a written declaration to the Dutch Embassy or consulate. Submitting this declaration will ensure that Joyce regains her Dutch nationality with retroactive force as from 14 August 1996 (the date on which she lost it), so that she can obtain a Dutch passport.


6 NB!!

As from a date yet to be determined in 2002, a Dutch national who has attained the age of majority, wherever he or she was born, who possesses another nationality in addition to Dutch nationality and who lives for an uninterrupted period of ten years in a country outside the Netherlands, the Netherlands Antilles and Aruba or one of the other countries of the European Union, will automatically lose his or her Dutch nationality. Although this new provision is in effect stricter than the old one, the scope for retaining Dutch nationality has been widened. For he/she may retain Dutch nationality by obtaining a Dutch passport or proof of Dutch nationality from the Dutch Embassy or consulate at least once within each ten-year period after turning 18.


7 Further information 

Further information is obtainable from the nearest Dutch Embassy or consulate-general, or from the Legal Consular Affairs Division of the Movement of Persons, Migration and Consular Affairs Department of the Ministry of Foreign Affairs (email dpc-cj@minbuza.nl).

Editor

R.M. Pruimers

Ministry of Foreign Affairs, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag

January 2001